vrijdag 18 november 2016

Zien dat het goed is

Het zou nog spannend worden: we zouden een vader achterlaten van wie de gezondheid zienderogen achteruitging. Maanden tevoren hadden we de mondelinge invitatie al ontvangen. Niet direct van het aanstaande bruidspaar, maar via onze broer en schoonzus. Ergens in juli 2016 op het Griekse eiland Andros ging het gebeuren. Iedereen mocht komen. Nadere inlichtingen zouden volgen. Een golf van opwinding spoelde door de familie. Een bruiloft in Griekenland, wanneer maak je dat mee? Wanneer maakte je überhaupt nog een bruiloft mee tegenwoordig?
In januari kwam https://sofiathomaswedding.wordpress.com/ελληνικά/ online met de beloofde nadere informatie. Over waar en wanneer, over hoe op Andros te geraken en hoe je er te vermaken. En natuurlijk over de hoogtij zelf die bestond uit de beach party vooraf, de bruiloft zelf op Grieks orthodoxe wijze en de afterparty een dag later. Vliegtuigen werden geboekt, veerboten, accommodatie. Er moest feestkleding worden aangeschaft. Geen sinecure, want wat trek je aan op een Griekse bruiloft bij 30°C?
Hij zat in zijn stoel en luisterde, onze vader, naar onze opgewonden voorpretgesprekken als we op visite kwamen in zijn kleine kamertje in het bejaardentehuis. Een van zijn kleinzoons ging trouwen, en hij zou er niet bij zijn. We regelden bezoekers tijdens onze afwezigheid en vroegen de verzorging een extra oogje in het zeil te houden. De laatste tijd was hij regelmatig gevallen en werd hij brozer en brozer. We lazen de kleine lettertjes van de annuleringsverzekering aandachtig. En verder was het een kwestie van bidden en hopen dat het goed ging.
Hij heeft de ansichtkaarten nog ontvangen en de foto's nog gezien. Zelden waren vakantiefoto's feestelijker en zonniger dan deze op de iPad. Hij zag dat het goed was, onze vader, hij genoot van ons genieten, zijn nageslacht, feestelijk en zomers bruin.
Hij haalde half september, 91 jaar en 8 maanden oud.
Andros

Rechts de bruidegom

maandag 29 augustus 2016

Ons Soort Mensen

Op Auckland International Airport hangt een spandoek met 'You've made us proud' erop, een boodschap aan de olympische sporters die eerder deze week waren teruggekeerd uit Brazilië. Geen idee wat de medailleopbrengst is voor de kiwi's, maar ik denk dat het spandoek al klaar lag nog voordat er één sporter was afgereisd naar Rio. Waarschijnlijk is het zelfs hetzelfde ding als vier jaar geleden. 
Oké, de New Zealandse spórters kunnen trots zijn op de geleverde sportprestaties, hoe gering misschien ook - één miezerige bronzen plak voor snelwandelen of een achtste plaats bij de hink-stap-sprong, ik heb echt geen idee. De spórters moesten aan de bak na jarenlange training. Maar kun je ook trots zijn op iets waaraan je zelf niets hebt bijgedragen? De gewone man of vrouw uit Nieuw Zeeland heeft niet meer kunnen doen dan een beetje meeleven. Als hij of zij een beetje sportminded is. En dus slaat dat 'us' ook al nergens op. Je zult maar een hekel hebben aan sport, die hele olympische santenkraam gemeden hebben als de pest. Word je gewoonweg ongevraagd en tegen je wil op een spandoek meegenomen.
Dat te pas en te onpas gebruiken van 'ons' staat me enorm tegen. Het is een vorm van sluiknationalisme waar ik niet in mee wil gaan. Als het Nederlands elftal wint zijn het 'onze' jongens, zodra er verloren wordt, worden de spelers ineens met het afstandelijke 'zij' geduid. En o, wat zijn we trots op onze Deltawerken. En die polders? Ja, wij maken ons eigen land! We stoppen onze vingers in de dijk.
Helemaal bont maakt die dwaas uit Venlo het. Nederland wordt weer van 'ons'. Nou, zijn Nederland is mijn Nederland niet, dus wanneer is hij van plan zijn biezen te pakken.  Ons land is te klein voor ons allebei.
En ik ben zo trots op al die landgenoten die dat ook vinden. OSM zeg maar.





vrijdag 26 augustus 2016

Tawharanui

Die plaatsnamen in Maori bekken niet echt lekker en je kunt ze ook niet makkelijk onthouden: Whangarei, Waiotama, Kirikopuni, Pikiwahire. Vandaar dat ik, als verstokt non-tomtommer, menig afslag heb gemist. Maar ach, ik heb de tijd aan mezelf en benzine zat, dus dan maak ik gewoon een ommetje. Toch moet je daar mee oppassen in Nieuw Zeeland, want voordat je het weet, verandert je alternatieve route over een fraai landweggetje in een gravelpad dat vermeld staat in de kleine lettertjes van het autoverhuurbedrijf als no way zone. Omdat er meestal geen weg terug is, rijd ik dan voorzichtig door, argwanend luisterend naar het getik van steentjes tegen de bodem van de carrosserie, hopend op een tegenliggerloos vervolg. Want ze zijn er echt, die autochtone automobilisten die met een snelheid van 70, 80 zoveel mogelijk stenen lijken op te willen werpen. Behoedzame toeristen in hun autootjes zal ze worst wezen. Weten zij veel van de kleine lettertjes in het huurcontract.
Een paar dagen geleden trof ik zo'n steenslagpad op weg naar Tawharanui. Ik had geen keus, ik wilde daar naartoe. Het is een schitterend natuurpark, dat laat je niet links liggen. Ik tufte zachtjesaan over de weg, kwam geen enkele tegenligger tegen, maar werd wel op de hielen gezeten door zo'n typische Nieuw Zeelandse bak met surfplanken op het dak. Het ging de bestuurder kennelijk niet snel genoeg, want hij kwam lekker kleven. In Nederland had ie daar geheid een bon voor gekregen. Van de prins geen kwaad wetend reed ik fluitend hooguit 30 en vermeed mijn spiegels. Toch kon ik voelen hoe mijn achtervolger zich op zat te vreten. Hij claxonneerde nog net niet. Het was natuurlijk zo'n snelle surf dude die niet kon wachten zich in zijn pak te hijsen om de golven te trotseren. Reed er zo'n bejaarde voor hem. Want met zo'n vaartje kon het toch niet anders dan een 70+'er zijn. 
Ik reed de rit op z'n ellefendertigst uit. Vlak voor de ingang van het park zag de hijger zijn kans schoon en schoot mij half door de berm voorbij. Een stofwolk was mijn deel. De uren erna heb ik zo genoten van de natuur in Tawharanui. Het was laag water en ik klauterde kilometers ver over rotsen. En ik kwam niemand tegen. Zo fijn. Zou die surfer ook zo genoten hebben?

donderdag 25 augustus 2016

Door Auckland

Als conferentieganger krijg je maar mondjesmaat mee in wat voor stad je bivakkeert. Toen ik na aankomst met het vliegtuig per shuttle Auckland werd ingereden dacht ik niet direct: wow, Auckland, THE place to be. En toen ik me eventjes in de stad moest verpozen tot ik mijn hotelkamer in mocht, liep ik door dertien in een dozijn straten zonder ziel, zonder sfeer. Toegegeven, tot een echt objectieve beoordeling was ik niet meer in staat na een etmaal vliegen. Het was aardig weer, dat wel.
Tijdens de conferentiedagen kwam ik niet veel verder dan een wandeling van vijf minuten van het Auckland City Hotel aan de Hobson Street naar het Aoteo Centrum waar IBBY werd gehouden. Na de goedgevulde en dus behoorlijk vermoeiende dagen, waarin ook een jetlag nog parten speelde, ontbrak de puf de stad te verkennen voor een leuk eettentje. De aardigste die ik kon vinden stond naast het congrescentrum. Nog steeds zag ik niet meer van de stad dan dezelfde vierkante kilometer die ik al kende. Met op elke straathoek een Chinees kruideniertje met brood van de dag ervoor en óf groene óf bruine bananen. Ik passeerde elke keer de Auckland City Mission, de daklozenopvang, waar op straat een tiental zwerverstypen koffie dronk en sigaretten rookte. Niet dat ik mijn ogen wil sluiten voor de problemen van een stad, maar opwekkende beelden waren het niet en ze droegen niet bij aan een positiever beeld.
Tot het zondag werd en ik de mogelijkheid kreeg Auckland echt te ontdekken. Op internet had ik een wandeling gevonden die startte in het havengebied en vervolgens leidde langs diverse greenspots. Daar besefte ik pas voor het eerst welke bijzondere en weelderige vegetatie er in Nieuw Zeeland groeit. En hoorde ik welke aparte vogelgeluiden er opklinken. Dat zijn beeldbepalende kenmerken die Nieuw Zeeland onvergelijkbaar maken met Europa. Ik belandde uiteindelijk in een prachtig natuurgebied rondom een uitgedoofde vulkaan op nauwelijks een derde van de hele tocht, maar met toch al ruim vier uur lopen in de benen. En ik moest nog terug. Over uitgestrektheid gesproken. Ik was blij dat ik mijn idee over Auckland had kunnen bijstellen. Ook al moest ik het laatste stukje naar het hotel toch weer door die saaie straten.

zondag 21 augustus 2016

Eenvoudig kamperen

Een van de vele vele sprekers op IBBY was sir Richard Taylor, mede-oprichter van Weta Workshop in Wellington. Dat bedrijf is verantwoordelijk voor de visuele effecten in o.a. The Lord of the Rings, de Mad Max-films, The Hobbit en talloze andere films waarin het er nogal heftig aan toe gaat. Hij was daar samen met Martin Baynton, een Nieuw Zeelandse kinderboekenschrijver. Die schreef ooit 'Jane and the dragon' en daar is met medewerking van Weta Workshop een succesvolle tv-serie van gemaakt.

Hoewel Taylors verhaal boeiend was en zijn beelden ronduit spetterend waren, bleef het toch een beetje vloeken in de kerk in een zaal vol boekenmensen die de verbeelding van verhalen toch het liefst overlaten aan het individuele brein. Weta Workshop maakt met de geleverde perfectie een soort all-inclusive vakantie en zet lezen vervolgens weg als een eenvoudige kampeervakantie met een muntjesdouche. Taylor kan nog zo hard beweren dat er door zijn visuals talloze mensen 'Narnia' en Tolkien zijn gaan lezen (die dat niet hadden gedaan als ze de filmversie niet hadden gezien), feit blijft dat hij van nog meer mensen een stukje authentieke fantasie heeft afgepakt.