Gun de chagrijn vrede
Vandaag rijdt de chagrijn de bus. Eigenlijk zou hij je bij de bushalte willen laten staan. Hij remt op het laatste ogenblik, opent de deur op een kier, groet niet en trekt alweer op als jij pas halverwege het inchecken bent. Onevenwichtig tracht je een leeg bankje te bereiken. Je belandt bijna bij een vrouw op schoot en stoot je hoofd tegen het bagagerek. Op het moment dat je wilt gaan zitten geeft de chagrijn extra gas. Je lip slaat pijnlijk op de stoelleuning. Je vloekt en schreeuwt verwensingen naar voren. Speeksel en bloed vliegen met de lelijke woorden mee. Dit ben je zelf niet meer, dit is het beest dat de chagrijn in je wakker heeft geroepen. Hij remt, stopt zelfs de bus en kijkt je dreigend zwijgend aan via de spiegel. De sfeer is ijzig, de spanning loopt op. Bekenden kenden je tot dat moment als aardig, vredelievend, in voor compromissen, meegaand, lief. Nu ben je in staat de chagrijn door de gaten van zijn stuur te rossen. Dan verschijnt je moeder aan je geestesoog. Zij roept jou die oude vertrouwde raad toe: tel eerst tot 10, voordat je domme dingen doet. Dus daar zit je, een hand tegen je bloedende lip, met gesloten ogen te tellen. 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10. En echt, het helpt. Voor de zekerheid doe je er het alfabet achteraan. Noem je ook de provinciehoofdsteden even op en koppelt ze aan de juiste provincie. Daarna volgen de Waddeneilanden, te beginnen bij Texel. Je laat het niet bij de Nederlandse, ook de Duitse en Deense komen voorbij. Fanø is de laatste. Je bent nu zo gekalmeerd dat je de chagrijn bij het uitchecken een knipoog geeft en een fijne dag toewenst. Want vrede, echte vrede, waarlijke vrede, gun je ook de chagrijn.

Reacties